(deze post is eerder als blog gepubliceerd op de website van Mr Magazine)

4 tips voor wie ‘moet’

Vorig weekend las ik bij mijn moeder in de Groene Amsterdammer een stuk genaamd Digitale Dagloners. Ze wilde daar met me over praten want mijn moeder maakt zich zorgen. ‘Hoe moet het toch met al die gig-workers, die hebben allemaal geen vaste baan! Dat kan toch niet, daar moet toch wat tegen gaan worden. Hoe moet het anders verder met die mensen?’

Daar botsten we stevig over, mijn 83 jarige moeder en ik. In haar in de 20e eeuw gevormde wereldbeeld worden mensen, die werken zonder de zekerheid van een vaste baan, uitgebuit. Natuurlijk ben ik met haar eens dat iedereen die tegen zijn zin zo moet werken, bescherming verdient, maar het hoeft toch niet per definitie zo te zijn dat gig-work staat voor uitbuiting? Noem me naïef als je wilt, maar kan het niet een trade-off zijn? Vrijheid in ruil voor een beetje onzekerheid?

Niet iedereen voelt zich daar senang bij
Eigen baas zijn betekent in het kort: zelf verantwoordelijkheid ervoor nemen dat er brood op de plank komt. Dus ook zelf zorgen dat je werk krijgt waar mensen je geld voor willen betalen. Dat is niet voor ‘the faint hearted.’

Ik vermoed dat dat het aantrekkelijkste aspect van loondienst is: de rustgevende gedachte dat iemand anders de verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat jij werk hebt. ‘De baas heeft zich verplicht om je salaris te geven, dan moet hij ook maar zorgen dat ie waar voor z’n geld krijgt.’

Daarom zit interimmen ook een beetje tussen loondienst en eigen baas zijn in. Als interim-jurist verkoop je in feite ook je tijd van te voren en moet je opdrachtgever vervolgens maar zorgen dat hij of zij waar voor het geld krijgt door te zorgen dat er werk voor je is. Ok, dat is aan het veranderen, maar laten we elkaar geen mietje noemen, nog altijd zijn veel interimmers nou niet echt wat je noemt ‘ondernemers’.

Is dat erg? Nee natuurlijk niet. Van mij mag iedereen zelf kiezen hoe hij of zij z’n gekozen vak wil uitoefenen. Dat gezegd hebbend: als iemand echt zelf verantwoordelijkheid wil nemen om te zorgen voor brood op de plank, dan vind ik dat nog altijd aansprekend. Waarom? Omdat het toch iets dappers, iets stoers heeft? Omdat het zo risicovol is? Omdat ik mezelf erin herken? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het zelfstandig ondernemerschap onze natuurlijke staat van ‘jagers en verzamelaar’ meer benadert dan de vorm van intensieve menshouderij waaraan de meeste mensen zich onderwerpen.

Jagen en verzamelen
En dan ben je eigen baas. Stel je voor dat je geen praktijk hebt kunnen meenemen (dat geldt echt voor by far de meesten). Dat betekent dat je op 0 of op bijna 0 begint. Er zit dan niets anders op, je moet naar buiten treden om te zorgen dat het werk naar je toekomt. Je moet werk jagen en klanten verzamelen.

Nu denk je daarbij meteen aan koude acquisitie misschien, maar dat blijkt in de praktijk eigenlijk niet goed te werken voor de meesten. Heb ik onder de noemer ‘kappen met acquisitie’ weleens een stukje over geschreven.

Hoe dan wel? Bijvoorbeeld door netwerk op te bouwen, door te netwerken. Welke studie of welk artikel je er ook op naslaat, alle deskundigen zijn eensgezind in de stelling dat je netwerk een ‘key succes factor’ is. Ook uit de OJ Index, het halfjaarlijkse onderzoek onder zelfstandige advocaten wat we als netwerk altijd houden komt dat naar voren. Bij de laatste OJ Index in augustus bleek meer dan 65% van alle werk voor zelfstandige juristen en advocaten voort te komen uit hun netwerk onder potentiële opdrachtgevers (56,3%) en vakgenoten (8,9%).

Als je niet op een houtje wilt bijten, of overgeleverd wil zijn aan de uitzendbureaus, dan zul je dus wel moeten. Voor veel mensen is dat een angstbeeld. Die …. in hun broek bij de gedachte dat ze moeten gaan netwerken. Ik vroeger ook overigens, maar dat terzijde.

Het geheim voor iedereen die netwerken haat?
Is er een geheim? Mwaaaah een echt geheim wil ik het niet noemen, maar mij is wel duidelijk dat de goedbedoelde standaard tips op dit vlak niet echt werken voor introverte types zoals ik. Deze week kwam ik een goed artikel tegen op de site van de Harvard Business Review. Het heet ‘Learn to Love Networking’. In de geest daarvan heb ik even op een rijtje gezet waarom netwerken leuk is.

  1. Een net knopen: Met netwerken verkoop je je diensten niet. Je doet het om relaties op te bouwen. Samen vormen die je relaties je netwerk. Dat netwerk is het net waarmee je het werk ‘vangt’.
  2. Leren: Ik ben in mijn netwerkcontacten eigenlijk nooit in eerste instantie bezig met ‘what’s in it for me’. Zodra ik het idee losliet dat ik iemand moest aanspreken om ‘m iets te verkopen en die gedachte bewust verving door: ‘ik wil weten wat zij/hij doet’, werd het makkelijker.
  3. Gemeenschappelijk: Het gekke is dat als je met iemand in gesprek raakt over waar ze mee bezig zijn, je altijd wel gemeenschappelijke elementen ontdekt. Al is het maar dezelfde universiteit, geboortestreek, voorliefde voor grote glazen bier, you name it. Er is altijd iets gemeenschappelijks.
  4. Geven: Of dat voor iedereen werkt weet ik niet, maar ik ‘geef’ in zo’n netwerkgesprekje vrij makkelijk. Ik deel kennis, inzichten, contacten. Natuurlijk is de kans groot dat je daar van de betreffende persoon niet direct iets voor terug krijgt, maar je wordt er ook niet armer van. Zo moet je de balans ook niet bijhouden. Het klinkt wat soft, maar je geeft wat aan de een en krijgt wat terug van de ander. Zo wordt je toch rijker. Zo werkt het in ieder geval voor mij.

Ben benieuwd naar jouw ‘secret ingredient’ voor plezierig netwerken. Laat het me weten op marijn@ondernemendejuristen.nl

Marijn Rooymans