The nature of the firm revisited

OK, dit gaat misschien even pijn doen, maar je kunt het maar beter weten toch?

Deze zelftest werkt niet met een online tool. Je hoeft geen gegevens in te vullen en de resultaten worden met niemand gedeeld. Hij is ook zo klaar, want hij is super simpel. Hij bestaat namelijk uit maar 1 vraag:

 

‘Hoeveel werk je nou echt samen met je compagnons?’

Ik bedoel echt samenwerken, niet even kort sparren of een jurisprudentielunch houden, want daarvoor hoef je natuurlijk geen compagnons te zijn. Dat kun je in principe met elke vakgenoot die er voor open staat. Nee echt samen aan een zaak werken en er allebei ook echt tijd op schrijven.

Komt dat eigenlijk niet zo heel veel voor? Werken jullie vooral aan je eigen zaken en je eigen klanten en komt er niet zo heel vaak iets voorbij waarvoor je je compagnons echt ‘nodig’ hebt?

Sorry, dan ben ik bang dat jullie kantoor in economisch opzicht eigenlijk geen bestaansrecht heeft.

In 1937 schreef Ronald Coase zijn baanbrekende werk “The nature of the firm”, waarin hij analyseert waarom individuen partnerships en bedrijven vormen. In 1991 kreeg hij voor zijn werk de Nobelprijs, wat me doet veronderstellen dat op z’n minst de kans vrij groot is dat hij verstandige ‘ware’ dingen heeft bedacht.

Het werk van Coase is nog steeds actueel. Hij toonde aan dat organisaties economisch bestaansrecht hebben als het bestaan van de organisatie noodzakelijk is om zaken efficiënter te organiseren. Om een lang verhaal kort te maken, dat is eigenlijk alleen het geval daar waar intensieve samenwerking tussen mensen nodig is.

Werk dat mensen alleen doen, waarvoor geen samenwerking met anderen nodig is, wordt niet efficiënter georganiseerd door het onder te brengen in een organisatie. Dat heb je zelf ongetwijfeld gemerkt aan alle hassle in je organisatie die niets te maken heeft met je echte vak. Als het in een vaste vorm organiseren, economisch eigenlijk niet, of niet voldoende bijdraagt, werkt zo’n organisatie juist tegengesteld. Ze is dan zelf de veroorzaker van inefficiëntie. Ze wordt een doel op zich en heeft een sterk opdrijvend effect op de kostprijs. Killing voor het concurrerend vermogen.

Natuurlijk, er zijn ook andere goede redenen om samen in een advocatenkantoor te gaan zitten. Ik zeg ook helemaal niet dat je dat niet moet doen. Realiseer je je alleen wel dat economisch gezien de noodzaak er niet is als je niet intensief samenwerkt. Je doet het dan vooral voor jezelf.

Dat is prima uiteraard, maar vanuit een klantperspectief betekent het eigenlijk dat je je klanten laat betalen voor allerlei zaken die jullie als kantoor met elkaar belangrijk vinden, maar die voor die klant niet iets wezenlijks toevoegen aan de dienstverlening. Logisch gezien kan dat alleen blijven werken zolang je klant niet beter weet, of denkt dat je zo goed en bijzonder bent dat het ‘m niets uitmaakt (hangt vaak samen), of als het z’n eigen geld niet is waarmee hij je betaalt.

Nee, van vandaag op morgen lopen niet ineens alle cliënten weg en als ik nu een oudere partner in de maatschap was, zou ik misschien ook denken ‘het zal mijn tijd wel duren’, maar ik voorspel je: traditioneel georganiseerde kantoren die bestaan uit individuele praktijken waartussen de samenwerking niet intensief is, die zullen het op termijn niet redden. Die zullen ingehaald worden, sneller dan je verwacht. 

 

Ok, nu heb je dus de zelftest gedaan. Wat kwam er uit?

Als je er net achter gekomen bent dat je je klant geen dienst bewijst door je op een traditionele manier te organiseren, wat ga je er dan nu aan doen?

Marijn

 

Meer lezen over dit onderwerp in een breder perspectief?

Yochai Benkler, professor aan Harvard Law School, schreef interessante verkenningen over de invloed van technologie op het optimaal organiseren van werk.

Ook interesssant: Het World Development Report (WDR) 2019, van de wereldbank met de titel: The Changing Nature of Work studies how the nature of work is changing as a result of advances in technology today.

 

Deze blogpost verscheen eerder in Mr.